13379238_ml 15899735_ml 19156948_ml 19539654_ml 24981913_ml 29318382_ml_rood 29941120_ml 29941120_ml_edit 31437979_ml 31726183_ml

Ik gaf mijn functie op. Een functie waar ik stapelverliefd op was, bij een bedrijf waar ik stapelverliefd op was, omdat mijn opa's levenseinde naderde en ik zomaar - zonder me af te vragen of dit het beste was voor mijn grootvader, mijn moeder en mezelf - ervan uitging dat ik zorg op mij moest pakken. Het (vooruitzicht aan het) opnemen van zorg voor mijn grootvader bracht me tot paniek en tot faalangst. Ik zou immers geen 100% van mijn tijd meer in mijn job kunnen investeren en daardoor zeker gaan falen. Ik herkende dit 'run before you fail'-patroon van vroeger. Ik had het al vaker toegepast, toen ik me voor de start van mijn examenperiode uitschreef uit de universiteit, omdat ik voelde dat ik de leerstof van dat semester nog niet voldoende beheerste. Ook in een nieuwe studie koos ik voor deze strategie en schreef ik me uit en zelfs van de simpele EHBO-cursus volgde ik alle lessen, maar sloeg ik het examen over ... ik zou maar eens moeten falen.

Zo zonder mijn geliefde job en met de herinneringen aan al mijn vorige vlucht-manoeuvres voelde ik me wanhopig worden. Als ik deze truk de rest van mijn leven zou toepassen zag mijn toekomst er niet al te rooskleurig uit. Ik ging daarom op zoek naar hulp en kwam bij Wendy terecht voor perfectionismecoaching.

Voor ons eerste gesprek vulde ik een vragenlijst in die mijn patroon in kaart bracht. Ik werd me er daardoor van bewust dat niet alleen faalangst me verhinderde vrij te leven, maar o.a. ook mijn bevestigingsdrang: het gevoel verplicht te zijn om voor anderen te zorgen. Ik was er namelijk van uitgegaan dat ik voor mijn grootvader moest zorgen, zonder me af te vragen of ik dit wel wilde, of mijn grootvader dit wel wilde, of dit wel de beste oplossing was. Ook het verbeten blijven doorgaan, kwam aan het licht. Terwijl ik nog in mijn job zat, ben ik twee keer met appendicitis gaan werken. Net nadat ik mijn functie had opgegeven belandde ik met een derde appendicitis met spoed op de operatietafel. Op het ogenblik van het eerste gesprek was ik bezig met het 'officieel maken' van het op mij nemen van de zorg voor mijn grootvader en met het aanvragen van zorgverlof. Het is enkel dankzij Wendy's alertheid en haar snel inpikken op mijn dubbele boodschappen dat ik de aanvraag niet heb ingediend en gelukkig maar, want het was echt niet wat ik wilde.

In het tweede gesprek maakten we verbinding met twee delen in mij. Enerzijds met het deel dat het steeds 100% goed wil doen, dat wil zorgen voor anderen, dat hard wil werken, een goede indruk wil maken en alles onder controle wil houden, anderzijds met het deel dat mij wil laten genieten, dat mij goed voor mezelf wil laten zorgen, dat mij plezier wil laten beleven door datgene te doen waar ik echt van houd. We praatten met beide delen, vroegen hen hoe ze zich voelden, of ze wilden samenwerken, enz. Mijn huiswerk was om elke dag liefde/aandacht naar beide delen te sturen.

And then... it happened. Ik merkte dat het deel dat tot dan toe weinig tot geen inspraak in mijn leven had gehad zich meer en meer op de voorgrond begon te zetten en dat het deel dat mijn leven tot dan toe zo goed als volledig georkestreerd had blij was met de erkenning voor het harde werk èn blij was met de hulp van het andere deel.
Doorheen het traject begon ik veranderingen op te merken:
- Waar ik mijn job had ingeruild voor vrijwilligerswerk en ik hier aanvankelijk hetzelfde patroon handhaafde (aan één stuk door hard werken, zonder pauzes, niet opgeven), zag ik mezelf stilletjes aan steeds beter voor mezelf zorgen (taken opsplitsen, kortere werkmomentjes, zorgen voor lekkere, gezonde hapjes tussendoor). 
- Waar ik op mijn werk steeds gedaan had wat de firma nodig leek te hebben, zag ik mezelf naar mijn manager toe formuleren wat ik eigenlijk echt graag deed (spreken voor groepen) en welke richting ik uitwilde.
- Waar ik alles alleen wilde doen, zeker geen hulp aan mijn vader wilde vragen en ik hem oorspronkelijk zelfs niet gezegd had dat ik mijn functie opgezegd had, vertelde ik hem dat ik niet langer in mijn functie was en vroeg ik hem om hulp met de verbouwingen aan mijn huisje.
- Waar het een vanzelfsprekendheid had geleken dat ik zorgverlof zou opnemen, ging ik voelen dat dat niet de juiste beslissing was en ging ik meer authentieke keuzes maken waardoor ook mijn moeder meer in haar kracht kwam te staan.

Al die zaken waren geen dingen die ik dééd. Het waren dingen die gebeurden doordat er aandacht gegeven werd aan beide delen en beide delen daardoor hun rol in mijn leven gingen opnemen.

De twee dingen die me het meest zullen bijblijven:
- Ik had sterke overtuigingen over wat ik behoorde te doen, over wat het goede was om te doen. Maar die overtuigingen voelden niet altijd authentiek en vond ik niet altijd leuk. Bijgevolg verzette ik me regelmatig tegen al dat 'moeten' dat ik mezelf oplegde en liet ik het soms na de 'goede dingen' te doen. Maar dat had als gevolg: teleurstelling in mezelf. Door de gesprekken met Wendy kon ik dat 'moeten' steeds beter laten uiteenvallen in twee dingen: Ik kon steeds beter zien dat die overtuigingen stonden voor zaken die belangrijk voor me waren (en dat het dus logisch was dat ik me teleurgesteld voelde als ik die zaken overboord gooide), maar dat het 'hoe' (de manier waarop ik dacht die zaken vorm te moeten geven) niet altijd juist voor me was. En dat ik me dus eigenlijk verzette tegen het 'hoe' en niet tegen het 'wat'. Als ik weerstand voelde tegen wat ik vond te moeten doen zei ik steeds vaker tegen mezelf: "Ok, het gaat hier duidelijk om iets wat belangrijk voor me is, maar ik voel weerstand tegen de manier waarop ik dit vorm denk te moeten geven. Hoe kan ik dit op een andere manier aanpakken?" Ik kon mijn innerlijke verzet meer en meer staken en ontdekte betere manieren om de dingen te doen die me vreugde en vervulling brachten.
-In de voorlaatste sessie kwam mijn angst voor relaties naar voren. Zonder het ooit zelf beseft te hebben was ik ervan overtuigd geweest dat een relatie betekende dat je niet meer trouw kon zijn aan jezelf, dat je afgehouden zou worden van jezelf ontplooien, van je plek innemen in de wereld. Alert als altijd, pikte Wendy de signalen op en zei: "Misschien ontmoet je wel iemand die ook bezig is met zichzelf ontplooien en is er dus ruimte voor jou om hetzelfde te doen of misschien ontmoet je zelfs iemand die het mooi vindt dat jij jezelf verder wil ontwikkelen, iemand die jou hierin wil steunen en jou hierin aanmoedigt." Ik herinner me nog dat ik ongelovig antwoordde: "Bestaat dat dan?" Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat zulke relaties inderdaad bestaan en kan ik me daardoor openstellen voor zoiets moois.

Vanochtend rondde ik mijn vijfde en laatste sessie bij Wendy af. Volgende week start ik opnieuw op bij het bedrijf waar ik verliefd op was (en nog steeds wel ben, al zal mijn werk nu minder mijn hele leven opvullen) in een functie die nog meer zal aansluiten bij wat ik echt graag doe. Liefde en aandacht sturen naar beide delen is een automatisme geworden, het eerste wat ik doe als ik 's ochtends wakker word en dat zal ik dus - vermoed ik - ook gewoon blijven doen. Ik voel me nu over het algemeen relaxter, meer in rust, in vertrouwen, in balans. Ik kan ervan genieten goed voor mezelf te zorgen en ik heb nu - in plaats van angst - gewoon ontzettend veel zin in de toekomst.